Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De jaarrekening is opgesteld volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Spelregels over waardering en afschrijvingsbeleid zijn vastgelegd in de Financiële beheersverordening 2025 en in de Uitvoeringsregels activa 2020.
De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde tenzij anders is vermeld.
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum gerealiseerd zijn. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
De dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld.
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten wordt wel een verplichting opgenomen.
De uitkering gemeentefonds is gebaseerd op de meest recente circulaire van het ministerie van BZK. Voor zover maatstaven nog niet definitief vastgesteld zijn, hanteren wij onze eigen raming. Voor wat betreft het accres gaan wij uit van de laatst verwerkte stand zoals die in de septembercirculaire is opgenomen, overeenkomstig de voorschriften van de commissie BBV.
Met betrekking tot de eigen bijdragen die het CAK int en aan de gemeenten afdraagt geldt op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2023 van de commissie BBV het volgende:
Een aanvrager van een voorziening, zoals hulp in de huishouding, ondersteuning of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de WMO 2015 een eigen bijdrage verschuldigd. Het CAK is het publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) dat door de wetgever is belast met de berekening, oplegging en incasso van de eigen bijdrage. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid, volledigheid van en het naleven van het voorwaardencriterium bij de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat de gemeente bij de verantwoording van deze eigen bijdragen steunt op de informatie van het CAK en niet zelfstandig geheel sluitend de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van de eigen bijdragen hoeft te controleren.
De verplichte balans-rubrieken uit het BBV die niet van toepassing zijn voor onze gemeente, zijn niet in de balans gepresenteerd.
Grondslagen voor waardering
Vaste Activa
Algemeen
Alle investeringen in maatschappelijk nut worden geactiveerd op basis van de BBV wijziging die met ingang van het boekjaar 2017 is ingegaan. Tot 2017 hanteerde de gemeente Tilburg een gemengde werkwijze waarbij investeringen in maatschappelijk nut gedeeltelijk zijn geactiveerd en gedeeltelijk direct ten laste van de exploitatie in enig jaar zijn verantwoord. Om deze wijziging in beeld te houden is, zoals voorgeschreven in het BBV, in de toelichting op de activa een onderscheid gemaakt in het verloop van activa met maatschappelijk nut vóór 2017 en vanaf 2017. Overigens heeft deze wijziging niet tot andere afschrijvingstermijnen geleid voor investeringen met maatschappelijk nut na 2017 ten opzichte van voor 2017.
Bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief worden in mindering gebracht op de investering volgens de zogenaamde netto-methode. Bijdragen van derden in investeringen met economisch nut vóór 2017 zijn opgenomen volgens de bruto methode. Hierbij werden bijdragen van derden niet in mindering gebracht op het te activeren bedrag, maar als (beklemd) vermogen onder de reserve kapitaallasten opgenomen.
Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag.
Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Bijdragen aan activa van derden zijn, voor zover deze zijn geactiveerd, gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. Deze bijdragen worden afgeschreven in een termijn die (maximaal) gelijk is aan afschrijvingsduur van het actief bij de derde.
Materiële vaste activa
Materiële Vaste activa met een meerjarig nut waarvan de aanschafwaarde minus bijdragen van derden meer dan € 25.000,- is, worden onder aftrek van die bijdragen van derden geactiveerd. Vaste activa (met uitzondering van strategische verwervingen) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs, verminderd met de berekende afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen ook een redelijk deel van de indirecte kosten worden opgenomen en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend.
Strategisch verwervingen (aankoop om een grondpositie of gebouw te verwerven in gebieden waarvoor nog geen concrete planvorming bestaat) zijn als volgt gewaardeerd:
- Grond waarderen we tegen de intern getaxeerde waarde gebaseerd op de agrarische waarde.
- Bij opstallen is dit de waarde op basis van een extern taxatierapport of, als dat er (nog) niet is, 70% van de actuele WOZ waarde.
In erfpacht uitgegeven gronden
In Tilburg hebben we de volgende erfpachtvormen:
- eeuwigdurend met afkoopsom, deze worden tegen registratiewaarde opgenomen.
- eeuwigdurend met jaarlijkse canon, deze worden tegen eerste uitgifteprijs opgenomen.
- voortdurend met afkoopsom, deze worden tegen eerste uitgifteprijs opgenomen.
- voortdurend met jaarlijkse canon, deze worden tegen eerste uitgifteprijs opgenomen.
De ontvangen afkoopsom voor de voortdurende erfpacht (onder 3) is als vaste schuld verantwoord (rentetypisch > 1 jaar). Gedurende de looptijd valt hiervan een evenredig deel vrij.
Afschrijvingsbeleid
De afschrijving op activa vindt lineair plaats vanaf het eerste jaar na ingebruikname van het kapitaalgoed. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
De belangrijkste afschrijvingstermijnen zijn hieronder opgenomen. De volledige lijst is te vinden in de financiële beheersverordening 2025. Afwijkingen ten aanzien van de afschrijvingsmethode en/of afschrijvingstermijn worden vooraf aan de raad ter goedkeuring voorgelegd.
Activasoort | Categorie | Afschrijvingstermijn |
|---|---|---|
Immateriële Vaste Activa: | ||
Investeringsbijdragen activa derden | maximaal gelijk aan afschrijvingsduur die de derde partij hanteert | |
Materiële Vaste activa - economisch nut: | ||
Infrastructurele voorzieningen: | Riolering | 60 |
Rioolaansluitingen | 30 | |
Parkeren: | Parkeergarages | 40 |
Gebouwen: | Ondergrond | Geen afschrijving |
Opstal (nieuwbouw) | 40 | |
Semi permanent | 20 | |
Technische installaties | 15 | |
Onderwijsgebouwen, (ver)nieuwbouw | 50 | |
Afvalinzameling: | Inzamelvoertuigen | 10 |
Vervoermiddelen: | Auto’s, scooters, fietsen, aanhangwagens | 5 |
ICT voorzieningen: | Smartphone en tablet | 2,5 |
Laptop | 3,5 | |
Thincliënt en monitor | 5 | |
Servers, vaste telefonie, netwerkcomponenten, software, audio visuele apparatuur | 5 | |
Sportvoorzieningen: | Aanleg sportterreinen | 25 |
Kunstgrasvelden onderlaag | 30 | |
Kunstgrasvelden bovenlaag | 10 | |
Overig: | Machines | 10 |
Vaste inrichting, stoffering | 10 | |
Meubilair, inventaris | 10 | |
Materiële Vaste activa - maatschappelijk nut: | ||
Infrastructuur: | Grond- en sloopwerken | 30 |
Wegen, straten en pleinen | 30 | |
Groen: | Openbaar groen en groen om de stad | 20 |
Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen, (overige) leningen u/g en (overige) uitzettingen zijn – tenzij hierna anders is vermeld – opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.
Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs vindt afwaardering plaats.
Van een deelneming is sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV (artikel 1 BBV).
Vlottende Activa
Voorraden
Onderhanden werk, gronden in exploitatie
De als onderhanden werk opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), evenals een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerkosten.
Voor winstneming hanteren we de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen:
- Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat.
- De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht.
- De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt gerealiseerd naar rato van de realisatie van kosten en opbrengsten t.o.v. de totale raming van kosten en opbrengsten).
Indien verlies wordt verwacht is voor het volledige bedrag van het verwachte verlies een voorziening op nominale waarde getroffen die in mindering is gebracht op de waardering van het onderhanden werk. Indien de getroffen voorziening groter is dan de boekwaarde van een individuele grondexploitatie is het restant van de voorziening dat niet kan worden gesaldeerd met de boekwaarde aan de passiefzijde onder de voorzieningen opgenomen.
Grondbank (met en zonder transformatie) is met ingang van 2016 een nieuwe, door de BBV voorgeschreven categorie en wordt gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde.
De voorraden gereed product en handelsgoederen zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs/ vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde. Incourante voorraden worden afgewaardeerd naar marktwaarde.
Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen en overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid van vorderingen is een voorziening gevormd en in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van geschatte inningskansen.
Liquide middelen
Liquide middelen zijn tegen nominale waarde opgenomen.
Vaste Passiva
Reserves
De reserves bestaan uit de algemene reserve en bestemmingsreserves. Spelregels over reserves zijn vastgelegd in de Financiële Beheersverordening 2025.
Voorzieningen
De voorzieningen betreffen schattingen van voorzienbare lasten in verband met risico's en verplichtingen, waarvan de omvang onzeker is en die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan de balansdatum. Voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De onder de voorziening voormalig bestuur opgenomen pensioenvoorziening is berekend op actuariële waardebasis uitgaande van de contante waarde van de toekomstige uitkeringsverplichtingen. Ook is bij het bepalen van de hoogte van de voorziening rekening gehouden met de stellige uitspraak van de Commissie BBV inzake de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel per 1 januari 2028.
Verder worden de volgende voorzieningen gewaardeerd tegen contante waarde: de voorziening aankoop Piusplein 1 en de voorziening aankoop kunstcluster. Door waardering tegen contante waarde kunnen kosten tegen de dan geldende prijzen worden gedekt.
De onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die daarover geformuleerd zijn.
Vaste Schulden
Vaste schulden zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Deze schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Vlottende Passiva
De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Borg en garantstellingen
Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn is, buiten telling van het balanstotaal, het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Overigens is in de toelichting op de balans nadere informatie opgenomen.
Langjarige verplichtingen
De omvang van de langjarige verplichtingen die zijn aangegaan en niet uit de balans blijken worden in de toelichting op de balans vermeld.
Bedragen in de jaarrekening
Bedragen in de jaarrekening in de balans zijn opgenomen in miljoenen euro's. Het overzicht van baten en lasten en de toelichting daarop zijn in duizenden euro's opgesteld, tenzij anders is aangegeven.
Normenkader
Het normenkader voor een rechtmatigheidsverantwoording betreft de jaarlijkse inventarisatie van de voor de verantwoording relevante regelgeving. De inventarisatie van regelgeving bestaat uit externe- en gemeentelijke regelgeving die bepalingen bevatten over financiële beheershandelingen. Onder gemeentelijke regelgeving worden verordeningen en raadsbesluiten verstaan conform aanbeveling commissie BBV.
In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de bij gemeenten relevante algemene externe regelgeving (eerste kolom) en interne regelgeving (tweede kolom).
Wetgeving Extern | Regelgeving Gemeente Tilburg |
|---|---|
Bestuurlijke en recht, algemene zaken en ondersteunende processen | |
Gemeentewet | Gedragscode bestuurlijke integriteit gemeente Tilburg 2023 |
Financiën en economie | |
Gemeentewet | Algemene Subsidieverordening gemeente Tilburg (ASVT) 2023 |
Maatschappelijke zorg en welzijn | |
Participatiewet (Wet Werk en Bijstand) | Verordening individuele inkomenstoeslag 2016 |
Milieu | |
Gemeentewet | Verordening zonnepanelenproject gemeente Tilburg 2020 |
Onderwijs en Cultuur | |
Wet Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOA) | Verordening leerlingenvervoer gemeente Tilburg 2020 |
Openbare orde en veiligheid | |
Gemeentewet | Parkeerverordening 2011 |
Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer | |
Wet ruimtelijke ordening | Verordening nadeelcompensatie aanleg sternet-fietsroutes Tilburg |
Volkshuisvesting en woningbouw | |
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) | Verordening startersleningen gemeente Tilburg 2020 |
