Algemeen
Deze paragraaf gaat in op het treasurybeleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille van de gemeente Tilburg. De wettelijke kaders hiervoor zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) en zijn verder uitgewerkt in de financiële beheersverordening 2025 en de uitvoeringsregels Treasury 2023.
De financiering van de gemeentelijke uitgaven vindt plaats op basis van totaalfinanciering. Dit betekent dat alle inkomsten en uitgaven van de gemeente worden gesaldeerd en dat op basis van dit saldo eventueel leningen worden aangetrokken. Als uitzondering op de totaalfinanciering is er in een aantal gevallen gekozen voor projectfinanciering. Hierbij wordt een specifieke lening aangetrokken voor een bepaald project of voor het 1 op 1 doorverstrekken van deze lening aan derden. Het treasurybeleid is er op gericht de financiële risico's van de financiering zoveel mogelijk te beperken en de kosten te minimaliseren.
In 2025 voldoen we aan de wettelijke vereisten omtrent de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en de norm voor schatkistbankieren. De omvang van de langlopende schuldpositie is in 2025 met € 29,4 miljoen toegenomen ten opzichte van eind 2024 en de omvang van de verstrekte leningen is met € 0,7 miljoen afgenomen.
Opgenomen en verstrekte leningen
Opgenomen/verstrekte leningen | Bedrag per | Mutatie | Bedrag per |
|---|---|---|---|
Opgenomen langlopende leningen | 205,7 | + 29,4 | 235,1 |
Waarvan: | |||
Projectfinanciering | 45,7 | - 5,6 | 40,1 |
Verstrekte leningen | 61,8 | - 0,7 | 61,1 |
In 2025 is voor een bedrag van € 25,7 miljoen aan bestaande langlopende leningen afgelost en is voor € 55,0 miljoen aan nieuwe langlopende leningen aangetrokken.
Bij de verstrekte leningen is in 2025 een lening verstrekt aan Energiefabriek Kempenbaan (€ 0,75 miljoen) voor de bouw van een zonnepark op de geluidswal aan de A58 en zijn de leningen aan de Wijkontwikkelingsmaatschappij De Werkplaats (€ 0,3 miljoen) en Bakertand BV (€ 0,3 miljoen) verhoogd. Ook is de omvang van de startersleningen toegenomen (€ 4,2 miljoen). Daar staat tegenover dat de leningen aan woningcorporatie Tiwos volledig zijn afgelost (€ 3,8 miljoen) en dat de reguliere aflossingen en overige bijstellingen per saldo zorgen voor een afname van € 2,45 miljoen.
Liquiditeitsontwikkeling
Per saldo is de omvang van de aangetrokken financiering in 2025 met € 42,0 miljoen toegenomen. Begin 2025 zijn we gestart met een liquiditeitstekort van € 92,5 miljoen. Eind 2025 was het liquiditeitstekort € 105,2 miljoen. Deze tekorten zijn opgevangen met kortlopende financiering. Daarnaast is er in 2025 voor € 25,7 miljoen aan langlopende leningen afgelost en is er voor € 55,0 miljoen aan nieuwe langlopende leningen afgesloten.
Bij de geprognosticeerde balans in de begroting 2025 was nog een toename van de financiering in 2025 met € 218,4 miljoen geraamd. Uiteindelijk is dit € 42,0 miljoen geworden.De afwijking wordt onder andere verklaard door het achterblijven van de investeringen en de uitgaven ten laste van reserves. Zoals ook in de voorgaande jaren blijken de aanames bij de begroting over de te realiseren plannen te optimistisch te zijn waardoor uitgaven achterblijven bij de ramingen. Daarnaast hebben we in 2025 veel meer subsidies en specifieke uitkeringen ontvangen voor onze plannen. Deze bijdrages worden vaak in één keer ontvangen terwijl de kosten zich over meerdere jaren uitspreiden. Voor 2025 heeft dit dan een positief effect op de liquiditeitspositie van de gemeente. Tot slot is ook de algemene uitkering die we ontvangen van het Rijk hoger uitgevallen dan geraamd.
Kasgeldlimiet
Kasgeldlimiet (x € 1 mln.) | Kw 1 | Kw 2 | Kw 3 | Kw 4 |
|---|---|---|---|---|
Norm 8,5% van het begrotingstotaal | 108,4 | 108,4 | 108,4 | 108,4 |
Gemiddelde netto vlottende schuld | 77,0 | 69,8 | 72,4 | 91,9 |
Ruimte onder de kasgeldlimiet | 31,4 | 38,6 | 36,0 | 16,5 |
De kasgeldlimiet geeft aan in hoeverre de gemeente met kort geld (<= 1 jaar) gefinancierd mag zijn. Kort geld is normaliter goedkoper maar een te hoge mate van financiering met kort geld maakt de gemeente gevoelig voor renteschommelingen. De kasgeldlimiet mag maximaal 2 opeenvolgende kwartalen worden overschreden. In 2025 zijn we in alle kwartalen onder de kasgeldlimiet gebleven.
Renteontwikkeling
In de eerste helft van 2025 is de Europese Centrale Bank (ECB) doorgegaan met het verlagen van de beleidsrente om daarmee de economische groei verder te stimuleren. De depositorente is in 4 stappen verlaagd van 3,00% naar 2,00% in juni. In de tweede helft van 2025 heeft de ECB vastgehouden aan een stabiel renteniveau van 2,00% in de verwachting dat daarmee haar inflatiedoelstelling van 2,00% op de middellange termijn behaald zou worden.
In navolging van de beleidsrente zijn ook de rentes voor met name kortlopende financieringen (<= 1 jaar) in de publieke sector gedaald naar percentages rond de 2%. De rentes voor langlopende leningen zijn in 2025 verder opgelopen waarbij de rente bij de langere looptijden meer is gestegen dan bij de kortere looptijden. Zo is de rente op leningen voor 10 jaar gestegen van 2,74% naar 3,30% en voor 30 jaar van 2,85% naar 4,00%.
De rentelasten op de korte en lange financiering zijn over 2025 € 4 miljoen lager dan oorspronkelijk begroot. Dit komt met name doordat er minder nieuwe financiering nodig was dan verwacht (zie toelichting liquiditeitsontwikkeling).
Renterisiconorm
Renterisiconorm (x € 1 miljoen) | 2025 |
|---|---|
Renteherzieningen | 0,0 |
Aflossingen | 25,7 |
Renterisico | 25,7 |
Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal) | 255,1 |
Ruimte onder renterisiconorm | 229,4 |
De renterisiconorm heeft als doel het renterisico bij herfinanciering te beperken. De jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In 2025 is voor een bedrag van € 25,7 miljoen aan leningen afgelost waarmee we ruim onder de renterisiconorm zijn gebleven.
Renteomslagpercentage
(x € 1 miljoen) | Begroting 2025 | Jaarrekening 2025 | |
|---|---|---|---|
A 1. Externe rentelasten over korte en lange financiering | 8,71 | 4,72 | |
A 2. Provisie/handlingkosten | 0,05 | 0,04 | |
B. Externe rentebaten | -1,03 | -1,40 | |
Saldo rentelasten en rentebaten | 7,73 | 3,36 | |
C 1. Rente doorberekend aan facilitaire grondexploitaties | 0,00 | 0,00 | |
C 2. Rentelasten projectfinanciering | -0,48 | -0,48 | |
C 3. Rentebaten projectfinanciering | 0,40 | 0,46 | |
Toe te rekenen externe rente | 7,65 | 3,34 | |
D 1. Rente eigen vermogen | 0,00 | 0,00 | |
D 2. Rente voorzieningen | 0,00 | 0,00 | |
Totaal toe te rekenen rente | 7,65 | 3,34 | |
E. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) | 6,35 | 3,35 | |
F. Renteresultaat op taakveld Treasury | 1,30 | -0,01 | |
Boekwaarde vaste activa (excl. aan derden verstrekte leningen) en voorraad gronden | 1.269 | 1.299 | |
Berekend renteomslagpercentage | 0,57 | 0,26% | |
Gehanteerd renteomslagpercentage | 0,50 | 0,26% | |
De door de gemeente per saldo betaalde rente wordt via de omslagrente op basis van de vaste activa verdeeld over de programma's en velden. Vanaf de begroting 2018 mag dit conform BBV alleen het saldo van de werkelijke rentelasten en -baten zijn. Uit pragmatische overwegingen ronden we het omslagrentepercentage af op een veelvoud van 0,5%. Op basis van de begroting hebben we in 2025 een renteomslagpercentage gehanteerd van 0,5%. Bij de jaarrekening corrigeren we de rentetoerekening wanneer de afwijking groter dan 25% én de absolute afwijking meer dan € 2 miljoen is.
Omdat er in 2025 minder nieuwe financiering is aangetrokken en er meer renteopbrengsten zijn gerealiseerd dan verwacht is de per saldo aan de velden toe te rekenen rente € 4,3 miljoen lager uitgekomen. Het daadwerkelijke renteomslagpercentage komt daarmee op 0,26%. Bij de jaarrekening hebben we de rentetoerekening aan velden hierop gecorrigeerd.
