Samen en dichtbij

Bestuur en samenwerking

Wat heeft het gekost - financiën

Bestuur en samenwerking
x € 1.000

Oorspronkelijke begroting

Gewijzigde begroting

Rekening 2025

Verschil t.o.v.
gewijzigde begroting

Lasten

14.552

15.569

16.271

702

N

Baten

-86

-150

-549

399

V

Saldo van lasten en baten

14.466

15.419

15.722

304

N

Toevoeging reserves

0

200

215

15

N

Onttrekking reserves

-1.664

-2.199

-1.800

400

N

Saldo reserves

-1.664

-1.999

-1.584

415

N

Totaal

12.802

13.419

14.138

719

N

Toelichting op de belangrijkste financiële afwijkingen

Bedrag

Storting voorziening voormalig bestuur
De overgang naar een nieuw pensioenstelsel heeft ook gevolgen voor de pensioenen van (voormalige) bestuurders. Uitgangspunt is dat hun pensioen per 1 januari 2028 wordt ondergebracht bij het ABP waar tot dan toe de gemeenten dit zelf uitvoeren. In 2025 is landelijk onderzoek gedaan naar de opgebouwde voorziening voor (voormalige) bestuurders bij gemeenten. Bij de overgang naar het ABP moet rekening gehouden worden met de dekkingsgraad. Gemeenten hoeven dat zelf nu niet te doen. Dit leidt er toe dat het bedrag dat naar het ABP moet worden overgedragen veelal hoger is dan de hoogte van de opgebouwde voorziening. Voor Tilburg geldt dat ook waarbij uit het onderzoek blijkt dat dit verschil € 1,6 miljoen is, gebaseerd op de voorziening van ongeveer € 8,5 miljoen ultimo 2024. Op basis van de BBV-richtlijn hierover doen we nu een storting van € 1,6 miljoen in de voorziening voormalig bestuur.
Daarnaast leiden de jaarlijkse actuariële berekeningen van de pensioenen per ultimo 2025 en de verwachte kosten voor wachtgeld per saldo tot een vrijval uit de voorziening van € 400.000. Hierbij is rekening gehouden met de voorgeschreven rekenrente van 2,954% (een verhoging van 0,63 procentpunt ten opzichte 2024), het actuele deelnemersbestand en de indexering van de pensioenen met 2,84%.

1.583 N
400 V

Overige afwijkingen

  • In de raadsbrief Eindevaluatie Levendige Democratie van 2 december 2025 is uw raad geïnformeerd over de voortgang van het programma Levendige Democratie. In de evaluatie zijn de bevindingen uit de afgelopen periode gepresenteerd. De kosten voor het programma Levendige Democratie waren € 215.000 lager dan begroot in het bestedingsplan. Als gevolg hiervan is er ook € 215.000 minder onttrokken aan de reserve Versterking Levendige Democratie. Zoals beschreven in raadsbrief blijven de middelen beschikbaar in de reserve Versterking Levendige Democratie. In de evaluatie zijn drie toekomstscenario's uitgewerkt. In 2026 wordt door de nieuwe raad besloten op welke manier de resterende middelen uit de reserve ingezet gaan worden.

 215 V
 215 N

  • In het B&W besluit van 6 mei 2025 is besloten om een Europese samenwerking met Breda op te starten gedurende 2025 en 2026, met een jaarlijkse bijdrage van € 100.000. Dit bedrag is onder mandaat ten laste gebracht van de reserve Cofinancieringsfonds voor de jaren 2025 en 2026. De regieverantwoordelijkheid binnen deze samenwerking ligt bij de gemeente Breda. De werving en plaatsing heeft echter vertraging opgelopen, waardoor er in 2025 geen kosten zijn gemaakt wat een voordeel van € 100.000 oplevert. Het gevolg is dat er geen onttrekking heeft plaatsgevonden uit het cofinancieringsfonds. De middelen blijven vanuit de reserve Cofinancieringsfonds beschikbaar voor de samenwerking gedurende 2026 en 2027.

 100 V
 100 N

  • Op de reserve transitiefonds Wijkgericht Werken en Inwonersparticipatie zijn voor het bestedingsdoel Gebiedsgericht Werken in totaal € 97.000 minder lasten gerealiseerd dan begroot. Overeenkomstig is ook de onttrekking aan het fonds € 97.000 lager waarmee deze middelen beschikbaar blijven voor dit doel. Dit is met name veroorzaakt doordat voor een deel van de personele inzet geen capaciteit is gevonden.

Programma

Veld

Bedrag

Inclusieve Stad

Sociaal en veerkrachtig

- € 26.000

Samen en Dichtbij

Bestuur en samenwerking
Totaal

- € 71.000
- € 97.000

71 V
71 N

  • De technische overhevelingen betreffen of externe opdrachten, waarvan de uitvoering op 31 december nog niet is gestart maar die niet meer ongedaan kunnen worden zonder financiële gevolgen, of interne exploitatiebijdragen aan meerjarige projecten. Deze bedragen worden in de overhevelingsreserve gestort, zodat ze in het volgende jaar nog beschikbaar zijn om opdrachten/projecten af te ronden.

15 V
15 N

  • Diversen

464 V

Totaal afwijkingen

719 N

Deze pagina is gebouwd op 04/22/2026 09:06:04 met de export van 04/21/2026 11:51:49