Financiële kengetallen BBV
Onderstaande kengetallen geven in samenhang informatie over de financiële positie van de gemeente. Het BBV geeft geen landelijke normering voor de kengetallen. De kengetallen zijn een weerspiegeling van het gevoerde beleid binnen een gemeente. De kengetallen moeten zodoende in samenhang worden beoordeeld, wat ook de onderlinge vergelijkbaarheid met andere gemeenten bemoeilijkt.
Verloop kengetallen | Realisatie 2023 | Realisatie | Prognose | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|---|
Netto schuldquote | 29% | 36% | 49% | 40% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 26% | 33% | 46% | 37% |
Solvabiliteitsratio | 62% | 58% | 50% | 56% |
Structurele exploitatieruimte | 2,3% | 1,7% | 2,6% | 2,3% |
Grondexploitatie | 2,9% | 2,9% | 2,9% | 3,2% |
Belastingcapaciteit | 72% | 73% | 74% | 74% |
Risico-classificatie:
Laag | |
|---|---|
Midden | |
Hoog |
Beschouwing
Voor de beoordeling van de financiële positie is het belangrijk dat zowel naar de balanspositie als naar de exploitatie wordt gekeken. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. De kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit laten zien of we over voldoende structurele baten beschikken en welke mogelijkheid we hebben om de structurele baten op korte termijn te vergroten.
Op basis van deze vijf kengetallen concluderen we dat onze financiële positie solide is. Ook landelijk gezien vallen wij in de categorie van minst risicovolle gemeenten.
Onze financieringsstructuur is zodanig dat we veel met eigen vermogen hebben gefinancierd en daardoor weinig schulden hebben. We beschikken dan ook over een gezonde financieringspositie. Wel zien we dat de solvabiliteitsratio afneemt over de afgelopen jaren van 62% in 2023 naar 56% in 2025. Deze afname zien we al vanaf 2017 toen de solvabiliteitsratio nog 81% was. De afname aan solvabiliteit in 2025 wordt met name veroorzaakt doordat onze langlopende- en kortlopende schulden (vaste- en vlottende schulden en overlopende passiva) zijn toegenomen ten opzichte van vorig jaar.
In de bijgestelde prognose voor 2025 gingen we voor 2025 nog uit van een solvabiliteit van 50%. Door met name een hoger eigen vermogen als gevolg van het jaarrekeningresultaat 2025 en het doorschuiven van begrootte onttrekkingen uit reserves naar volgende jaren en daardoor lagere vaste schulden (leningen), is de werkelijke solvabiliteit hoger dan de prognose.
Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van onze gemeente.
De netto schuldquote is toegenomen van 29% in 2023 naar 40% in 2025. Dit wordt in lijn met de afname van de solvabiliteit met name veroorzaakt door een toename aan langlopende- en kortlopende schulden (vaste- en vlottende schulden en overlopende passiva) in het afgelopen jaar.
De netto schuldquote (40%) is lager dan de prognose (49%) omdat met name onze vaste schulden minder hard zijn gestegen dan begroot. Dit wordt voor een groot deel verklaard door het achterblijven van investeringen en uitgaven ten laste van reserves. Zoals ook in voorgaande jaren het geval was, blijken de aanames bij de begroting over de te realiseren plannen te optimistisch te zijn waardoor de uitgaven achterblijven bij de ramingen.
Doorrekening van ons huidige ambitieniveau in combinatie met het geprognosticeerde moment van realisatie laat een flinke daling zien van de solvabiliteitsratio van 56% in 2025 aflopend naar 31% in 2029 (Programmabegroting 2026). In lijn hiermee stijgt ook de netto schuldquote oplopend van 40% in 2025 naar 108% in 2029. Ondanks de ervaring dat de prognoses in de tijd voor een deel naar latere jaren verschuiven, is dit wel het huidige toekomstbeeld van onze gemeente op basis van de huidige inzichten.
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en de opbrengst OZB. Een negatief percentage bij de structurele exploitatieruimte betekent dat onze structurele baten niet toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Als uitgangspunt voor duurzaam financieel beleid geldt dan ook dat er structureel niet meer geld mag worden uitgegeven dan dat er structureel binnenkomt.
In 2025 zien we dat onze structurele exploitatieruimte ten opzichte van 2024 is toegenomen met 0,6% van 1,7% naar 2,3%. Dit betekent dat onze structurele baten voor 2025 toereikend zijn geweest om onze structurele lasten in 2025 te dekken.
Onze grondpositie, hier gedefinieerd als de waarde van de grond ten opzichte van onze baten, is met 3,2% beperkt, waardoor we ook een beperkt risico lopen. De waarde is ten opzichte van 2024 met 0,3% gestegen. Deze geringe stijging wordt veroorzaakt doordat onze positie onderhanden werk ultimo 2025 met € 7,2 miljoen is gestegen ten opzichte van 2024 (van € 32,3 naar € 39,5 miljoen) wat naar verhouding zwaarder weegt dan de toename van het totaal aan baten (excl. mutaties reserves) met € 98,4 miljoen (van € 1.121,8 naar € 1.220,2 miljoen).
De belastingcapaciteit geeft de mate aan waarin de lokale lasten, en hiermee de gemeentelijke baten, eventueel kunnen worden verhoogd om financiële tegenvallers op te kunnen vangen of om ruimte voor nieuw beleid te creëren. Onze woonlasten van meerpersoonshuishoudens bedragen in 2025 74% van het landelijk gemiddelde over 2024*. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde over 2024 hebben we dus nog voldoende ruimte om de woonlasten te verhogen (* De Tilburgse woonlasten 2025 worden conform BBV afgezet tegen het landelijke gemiddelde over 2024 (T-1)).
