Uitzettingen met rentetypische looptijd korter dan één jaar
Uitzettingen | Boekwaarde | Boekwaarde | ||
|---|---|---|---|---|
31-12-2025 | 31-12-2024 | |||
Vorderingen op openbare lichamen | 63,4 | 55,3 | ||
Uitzettingen in Rijksschatkist looptijd < 1 jaar | 4,0 | - | ||
Rekening courant verhoudingen met niet financiële instellingen | 4,8 | 3,2 | ||
Overige vorderingen | 30,7 | 28,7 | ||
Overige uitzettingen | 8,6 | 6,9 | ||
Totaal | 111,5 | 94,1 |
De uitzettingen laten een stijging zien van € 94,1 miljoen naar € 111,5 miljoen. Dit wordt met name verklaard door een stijging in de vordering op openbare lichamen van € 8,1 miljoen en de stijging van uitzettingen bij het Rijk van € 5,4 miljoen.
- De vorderingen op openbare lichamen bestaan voornamelijk uit een vordering op het btw-compensatiefonds van € 52,5 miljoen en debiteuren openbare lichamen van € 8,1 miljoen;
- De uitzettingen bestaan uit € 4,1 miljoen bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten voor startersleningen en uit € 4,0 miljoen Schatkistbankieren;
- De overige vorderingen bestaan uit een aantal grote debiteurenstromen, te weten de debiteuren gemeentelijke heffingen, de debiteuren sociale zaken en overige vorderingen. Het totaalbedrag aan openstaande vorderingen bedraagt € 45,5 miljoen (2024:€ 44,4 miljoen). Deze debiteurenvorderingen zijn gewaardeerd op basis van een inschatting van (on)inbaarheid per balansdatum. De voorziening voor oninbaarheid voor deze debiteuren bedraagt € 6,6 miljoen. Per saldo bedraagt de waardering van de openstaande vorderingen € 38,8 miljoen). Dit bedrag staat voor € 8,1 miljoen onder de vorderingen op de openbare lichamen gepresenteerd en voor € 30,7 miljoen onder de overige vorderingen;
- De vorderingen grondexploitatie facilitair worden vanaf 2025 gepresenteerd onder de vorderingen in plaats van de overlopende activa.
Schatkistbankieren ( x € 1 mln.) | 1e kwartaal | 2e kwartaal | 3e kwartaal | 4e kwartaal |
|---|---|---|---|---|
Drempelbedrag | 11,6 | 11,6 | 11,6 | 11,6 |
Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen | 2,1 | 2,2 | 1,6 | 2,8 |
Ruimte onder het drempelbedrag | 9,44 | 9,30 | 9,97 | 8,79 |
Het verplichte schatkistbankieren stelt dat een gemeente verplicht is om (tijdelijke) kasoverschotten boven het drempelbedrag aan te houden bij de Staat. De toetsing hierop vindt plaats op basis van de gemiddelde banksaldi per kwartaal. In 2025 hebben we de norm voor schatkistbankieren niet overschreden.
